JOOP BOERSMA

TERUGBLIK

Dit is de negende keer dat dit buitenkunstproject is georganiseerd, tegelijk is het de laatste keer dat ik zelf in de organisatie meewerk. Een moment voor een terugblik.
Het project was steeds gedwongen door vandalisme een andere weg in te slaan. We vonden de weg naar het arboretum rond Villa Ruimzicht. Het voelt nu als thuisgekomen hier in dat bijzondere bomenpark, niet voor niets nationaal en gemeentelijk monument.

Wat waren de thema’s de laatste jaren?
2009: wait and see: achteraf kun je het zien als het uitkijken naar wat het zou gaan worden. Daarna kreeg het thema meer maatschappelijke betrokkenheid:
2010: Grenzen (samenwerking met Duitse collega’s), geen grenzen meer voor de kunst.
2011: Hergebruik/recycling werd in de commissie de benaming Transform.
2012: +/- (aanleunend tegen het thema van Euregio Gronau): Kunst wel of niet (als reactie op wat er in de politiek over de kunst is gezegd).

Maatschappij betrokkenheid in de kunst. Waardoor komt die tot stand? Kunnen of moeten we dit zien als groei? Ontwikkeling? Evolutie in de kunst?

Kunnen uitspraken van kunstenaars ons helpen?
Er zijn veel uitspraken over kunst uit die hoek. In onze folder zijn slechts drie ervan opgenomen, van Piet Mondriaan, Paul Klee en Vincent van Gogh. Zie daar.
Eén uitspraak is bij mij beklijfd: die van de Britse kunstenaar Ryan Gander: “Wat mij betreft, zijn het alleen maar kunstenaars als ze conceptueel werk maken. Al het overige is decoratie.”
Wat mij verder trof, is de achtergrondgedachte van de Berlijnse Biennale van dit jaar: “Een kunstenaar die niet politiek geëngageerd is, is slechts ontwerper.”

Wat kunnen we met dit soort uitspraken?
Er is rondom ons heel veel creativiteit met kunsttechnische uitingen, een onoverzienbare, niet bij te houden hoeveelheid.
Dat roept bij mij vragen op:

Verdient dat allemaal het etiket kunst?
Bij het vaststellen van het thema voor dit jaar heeft deze vraag geen bewuste rol gespeeld.
Zit er ontwikkeling in de kunst, een soort evolutie? Evolutie zit er zeker in de loop van het leven van een kunstenaar, al vanaf kindertekeningen, die nu ook bekend zijn geworden van latere, grote kunstenaars.

Moeten we een gradatie aanbrengen voor verschillende kunstuitingen?

Is conceptuele kunst dan van hogere orde?

En dan misschien de arrogante vraagstelling: Is, uitgaande van de gebruikte thema’s voor dit project in de laatste jaren, het project geëvolueerd tot een van hogere orde?

Mij heeft deze gedachtegang geholpen bij mijn laatste museumrondgang om het museum rond te komen, dat was het De Pont Museum in Tilburg. Gelukkig liep nog de expositie van de Chinese kunstenaar Wei Wei, met een lang interview op video, waarin hij stelde dat hij zijn leven in gevaar brengt door te strijden voor individuele vrijheid en democratie.
Verder gaat het mij nu even niet om de grote, bijzondere installaties van hem. Heel veel van wat er verder geëxposeerd was, waarschijnlijk veel uit eigen bezit, kwam mij nu over als decoratie, heel knappe overigens, heel originele. Daar kon ik nu snel aan voorbij lopen. Eén werk boeide mij, omdat ik er bij het bekijken niet uit kwam: zeven foto’s waar ik geen touw aan vast kon knopen tot ik de toelichting las. Het waren foto’s, genomen staande in het water met zijn spiegelingen, weergevende de chaotische toestand van een grote stad, als ik me goed herinner Tokio. Een fraaie, chaotische weergave ervan. Ik was blij dat ik hier nu de tijd voor kon nemen doordat ik het meeste wat ik zag voorbij was gelopen.